Er bestaat een merkwaardig moment in het leven van een kunstwerk: het moment waarop het het atelier verlaat. Tot dan was het van de maker — omringd door verftubes, referentiebeelden, de vertrouwde geur van het atelier. Daarna behoort het toe aan de ruimte, aan het licht, aan de blik van wie er voorbijloopt.
Bij Caprice proberen we die overgang zo bewust mogelijk te maken. We hangen een nieuw werk nooit meteen. We laten het eerst een dag staan — kijken hoe het ademt in een andere omgeving, hoe het zich verhoudt tot wat er naast hangt. Soms verrast het ons. Soms vraagt het iets van ons. Maar altijd vertelt het ons iets wat het in het atelier nog niet kon zeggen.
Een galerie is geen eindpunt. Het is een volgende zin in een gesprek dat de kunstenaar begon.