Ik heb me vaak afgevraagd waarom het gezicht zo hardnekkig in mijn werk terugkeert. Niet omdat ik portretten wil maken. Integendeel. Steeds opnieuw probeer ik juist van het portret weg te bewegen. Toch verschijnt het telkens opnieuw. Misschien omdat een gezicht de plaats is waar de mens en de wereld elkaar ontmoeten.
Mijn eerste schilderijen gingen nog meer over dromen en mythologie. Tijdens reizen en ontmoetingen ervoer ik hoe sommige landschappen iets in mij wakker maakten wat moeilijk in woorden te vatten was. Ze riepen een gevoel op dat ouder leek dan herinneringen. Ik begon me af te vragen waarom bepaalde beelden ons zo diep kunnen raken en inspireren.
Later verschoof die vraag.
We leven vandaag in een wereld waarin gezichten voortdurend worden gefotografeerd, herkend, geanalyseerd en opgeslagen. Onze digitale sporen vertellen steeds meer over wie we zijn. Ik vroeg me af wat dat met ons beeld van onszelf doet. Niet vanuit angst voor technologie, maar vanuit de verwondering over hoe gemakkelijk identiteit zich laat vormen. Zo ontstonden schilderijen als Happiness Machine en Access Point. Gaandeweg ontdekte ik dat het mij eigenlijk niet om technologie ging. Het ging meer om waarneming. Ik was geboeid door de vraag: hoe ontstaat een menselijk zelfbeeld? Hoeveel daarvan is werkelijk van onszelf? En hoeveel dragen we ongemerkt met ons mee vanuit taal, cultuur, opvoeding en de beelden die ons dagelijks omringen? Daaruit groeide een werk zoals Borrowed Face. Tijdens het schilderen begon het gezicht vervolgens langzaam uiteen te vallen. Eerst vond ik dat ongemakkelijk. Achteraf besefte ik dat het misschien precies was waar mijn werk naartoe wilde. Niet langer een identiteit tonen, maar onderzoeken wat er gebeurt wanneer die vaste identiteit haar vanzelfsprekendheid verliest.
De laatste jaren vertrek ik soms van scanbeelden, detectiebeelden of digitale sporen. Toch gaan mijn schilderijen steeds minder over technologie. Ze gaan over kwetsbaarheid. Over aanwezigheid. Over het korte moment waarin een mens zich nog niet volledig laat benoemen. Daar sluit voor mij ook het begrip Waking Dream op aan. Niet als een droom waaruit we ontwaken. Maar als een houding. Een poging om de wereld opnieuw tegemoet te treden zonder haar onmiddellijk vast te leggen.
Ik weet niet of kunst ons dichter bij de werkelijkheid brengt. Misschien kan zij alleen een korte onderbreking creëren.Een ruimte waarin we opnieuw leren kijken. En misschien begint waarnemen precies daar.