Dat is misschien de moeilijkste vraag.
Een schilderij is voor mij niet af wanneer alles opgelost is. Integendeel. Een werk is af wanneer het begint terug te spreken. Wanneer het niet langer mijn bedoelingen volgt, maar een eigen aanwezigheid krijgt.
Ik zoek niet naar perfectie of naar een sluitende compositie. Een schilderij hoeft niet alles te verklaren. Het moet juist iets openhouden.
Vaak ontstaat er tijdens het werken een moment waarop ik merk dat het beeld betekenis begint te dragen zonder dat ik die betekenis nog volledig kan benoemen. Er blijft iets bewegen. Iets blijft zich onttrekken. Er ontstaat een spanning tussen wat zichtbaar is en wat verborgen blijft.
Dat is meestal het moment waarop ik stop. Niet omdat het werk klaar is in technische zin, maar omdat het voldoende open is geworden om zijn eigen leven te leiden.
Een goed schilderij geeft mij het gevoel van een intense droom: vertrouwd en vreemd tegelijk. Het haalt mij even uit de snelheid van het dagelijkse leven en brengt mij dichter bij een vorm van aanwezigheid die moeilijk onder woorden te brengen is.
Misschien is een werk af wanneer het mij nog steeds vragen stelt.