Een gedachte uit het taoïsme blijft mij achtervolgen: "Leer de vorm, maar zoek het vormloze."
Voor mij beschrijft die zin iets wezenlijks over schilderkunst.
We leven in een tijd waarin steeds meer aspecten van het leven zichtbaar, meetbaar en voorspelbaar worden. Algoritmes, data en classificatiesystemen proberen de wereld te vertalen naar vormen die leesbaar en beheersbaar zijn. Maar de mens valt nooit volledig samen met die vormen. Er blijft altijd iets dat zich onttrekt. Iets dat niet volledig zichtbaar wordt. Iets dat zich niet laat reduceren tot informatie.
Mijn schilderijen vertrekken vanuit die spanning. Ik ben niet geïnteresseerd in het afbeelden van macht of technologie op zich. Ik probeer eerder de toestand zichtbaar te maken waarin die systemen werkzaam zijn. Niet het object. Maar het medium waarin ons bewustzijn beweegt.
Daarom verschijnen er in mijn werk sporen, markeringen, detectielijnen en onzekere figuren. Ze verwijzen naar systemen van registratie en interpretatie, maar ze blijven tegelijk open. Ze wijzen ergens naar zonder het volledig te benoemen.
Misschien is dat wat ik zoek. Niet de vorm zelf. Maar het vormloze dat zich achter de vorm blijft verschuilen.