Jaren geleden had ik in Afrika een ervaring die mij tot vandaag is bijgebleven. Het was geen spectaculaire gebeurtenis. Er gebeurde niets wat zich eenvoudig laat navertellen. Toch voelde ik dat ik in aanraking kwam met iets wat groter was dan mezelf.
Misschien was het de overweldigende veelheid aan kleuren en geuren. Misschien het gevoel van oriëntatieverlies. Misschien het feit dat ik me plots ver buiten mijn vertrouwde wereld bevond, weg van de regels en gewoontes die mijn dagelijkse leven vormgaven.
Wat ik vooral herinner, is een merkwaardige spanning. Enerzijds voelde ik me klein. Mijn vertrouwde denkbeelden leken tijdelijk niet meer te werken. Anderzijds voelde ik me intens aanwezig, alsof de wereld zich plots met een grotere intensiteit aan mij openbaarde.
Dat dubbele gevoel van aantrekking en onzekerheid wordt vaak beschreven als een sublieme ervaring.
Het sublieme is anders dan schoonheid. Het schone bevestigt dat de wereld begrijpelijk is. Het geeft een gevoel van harmonie en orde. Het sublieme doet bijna het tegenovergestelde. Het confronteert ons met iets wat groter lijkt dan ons begrip. Iets wat zich niet volledig laat bevatten. Het trekt ons aan en stoot ons tegelijk af.
In zulke momenten lijkt de werkelijkheid even buiten haar gewone kaders te vallen. Tijd vertraagt. De gebruikelijke ordening van dingen verdwijnt. Er ontstaat een schemerzone tussen wat we kennen en wat zich nog niet laat benoemen.
Misschien is dat wat ik later een wakkere droom ben gaan noemen. Niet een droom die zich afspeelt tijdens de slaap, maar een toestand waarin de werkelijkheid haar vanzelfsprekendheid verliest. Een toestand waarin de verbeelding en de waarneming elkaar ontmoeten zonder onmiddellijk tot een verklaring te komen.
Voor mij ligt daar ook een belangrijke taak van kunst. Een kunstwerk hoeft niet alles te tonen. Het hoeft niet alles uit te leggen. Soms ontstaat betekenis juist doordat iets verborgen blijft. Goede kunst laat iets open. Ze creëert een ruimte waarin de kijker niet alleen naar een beeld kijkt, maar ook geconfronteerd wordt met zijn eigen verlangen om te begrijpen.
Het onbekende verschijnt niet als een probleem dat opgelost moet worden, maar als een uitnodiging.
Misschien hebben we zulke ervaringen nodig omdat ze ons herinneren aan iets wat in onze tijd gemakkelijk verloren gaat. Niet alles wat werkelijk belangrijk is, laat zich meten, voorspellen of controleren. Sommige ervaringen leven juist in datgene wat zich aan onze greep onttrekt.
Ze verschijnen even, laten een spoor na en verdwijnen opnieuw. Zoals een droom. Zoals een herinnering. Zoals een beeld dat ons blijft achtervolgen zonder dat we precies weten waarom.