Lang werd het sublieme verbonden met de natuur. Met bergen, stormen, oceanen en woestijnen. Plaatsen waar de mens geconfronteerd werd met iets dat groter was dan zichzelf. Iets dat tegelijkertijd angst opwekte en aantrok.
Vandaag lijkt die ervaring van plaats veranderd. We kijken niet langer alleen naar de horizon. We kijken naar schermen. Naar algoritmes. Naar artificiële intelligentie. Naar systemen die een werkelijkheid produceren die niemand nog volledig kan overzien.
Ook daar verschijnt een vreemde mengeling van fascinatie en onzekerheid. We voelen dat deze technologieën onze mogelijkheden vergroten. Ze beloven efficiëntie, kennis en controle. Tegelijk worden ze steeds moeilijker te begrijpen. Ze produceren beelden, voorspellingen en beslissingen die zich grotendeels buiten onze directe ervaring afspelen.
In die zin dragen ze een nieuwe vorm van sublimiteit in zich. Niet langer de overweldigende kracht van de natuur, maar de overweldigende kracht van informatie.
Wat mij interesseert als kunstenaar is niet de technologie zelf, maar de manier waarop zij onze waarneming verandert. Steeds vaker verschijnt de wereld aan ons als een verzameling signalen, data, classificaties en waarschijnlijkheden. Detectiesystemen, surveillancecamera's, algoritmes en artificiële intelligentie produceren een werkelijkheid die tegelijk zichtbaar en ongrijpbaar is.
De mens verschijnt daarin steeds minder als een unieke aanwezigheid en steeds meer als een profiel, een patroon of een doelwit.
Mijn schilderijen vertrekken vanuit die spanning. Niet om technologie af te beelden, maar om zichtbaar te maken wat verloren dreigt te gaan wanneer de wereld uitsluitend gelezen wordt als informatie. Daarom verschijnen figuren in mijn werk vaak als sporen, resten of onzekere aanwezigheid. Ze zijn geen personages maar fragiele signalen binnen een groter veld van detectie en interpretatie.
Ik probeer geen beelden te maken van technologie. Ik probeer een ervaring op te roepen. Een toestand waarin de kijker zich bewust wordt van de afstand tussen het levende en zijn digitale representatie.
Misschien ligt precies daar een nieuwe vorm van het sublieme. Niet in de natuur buiten ons. Maar in de vraag wat er van de mens overblijft wanneer machines steeds meer voor ons beginnen kijken.