Het dagelijkse leven wordt steeds sneller. We worden voortdurend omringd door informatie, berichten, beelden, adviezen en verwachtingen. Er lijkt altijd iets te zijn dat onze aandacht vraagt. We moeten efficiënter worden, gezonder leven, betere keuzes maken en voortdurend beschikbaar blijven.
Technologie speelt daarin een steeds grotere rol. Ze helpt ons oriënteren, communiceren en beslissingen nemen. Ze meet onze stappen, registreert onze voorkeuren en voorspelt steeds vaker ons gedrag. Daar is op zich niets mis mee.
Maar soms vraag ik me af wat er gebeurt wanneer we onszelf steeds meer gaan begrijpen vanuit die meetbare gegevens. Want hoe meer we meten, hoe groter de verleiding wordt om te denken dat de mens samenvalt met wat meetbaar is.
Voor mij begint kunst precies waar die gedachte ophoudt. Niet omdat kunst tegen technologie of kennis zou zijn, maar omdat ze ons herinnert aan iets wat zich niet volledig laat vastleggen. Er ontsnapt altijd iets. Een ervaring. Een gevoel. Een aanwezigheid. Iets wat zich niet laat reduceren tot informatie.
Dat is ook de reden waarom verwondering voor mij zo belangrijk is. Verwondering doorbreekt onze automatismen. Ze haalt ons even uit de voorspelbaarheid van onze dagelijkse patronen en opent een ruimte waarin we opnieuw kunnen kijken.
Ik noem die ruimte de wakkere droom. Een tussenzone tussen weten en niet-weten. Tussen informatie en ervaring. Tussen controle en vrijheid. In die toestand verschijnt de wereld niet langer als iets dat volledig verklaard moet worden, maar als iets dat opnieuw bevraagd mag worden.
Daarom speelt het onbekende zo'n belangrijke rol in mijn werk. Het onbekende boezemt angst in omdat het onze controle ondermijnt. Tegelijk trekt het ons aan omdat het de mogelijkheid van verandering en groei in zich draagt.
Verwondering ontstaat precies op die grens. Niet in het volledig bekende. Niet in het volledig onbekende. Maar in het moment waarop iets herkenbaar is en zich tegelijk aan onze greep onttrekt.
Dat is ook wat mij aantrekt in het sublieme. Niet omdat het mooi is, maar omdat het ons confronteert met iets dat groter lijkt dan ons begrip. Iets wat zich toont zonder zich volledig prijs te geven.
In mijn schilderijen probeer ik die ervaring zichtbaar te maken. Niet door verhalen te vertellen of boodschappen te illustreren, maar door ruimtes te creëren waarin betekenis nog niet volledig vastligt. Onderbroken lijnen, zwevende vormen, sporen van aanwezigheid en onzekere figuren functioneren als resten van iets dat zich niet volledig laat lezen.
De mens verschijnt er niet als een duidelijke identiteit, maar als een kwetsbaar spoor binnen een groter interpretatieveld.
Misschien is dat uiteindelijk de rol van kunst: niet om de wereld te verklaren. Maar om ons eraan te herinneren dat niet alles verklaard hoeft te worden. Omdat juist in die open ruimte iets wezenlijks zichtbaar kan worden.